Hoe leg je zelf een buitenkraan aan

Hoe leg je zelf een buitenkraan aan

Hoe leg je zelf een buitenkraan aan

Een buitenkraan is enorm handig voor het sproeien van de tuin, het vullen van een zwembad of het schoonmaken van je terras. Zelf een buitenkraan aanleggen is goed te doen als je handig bent en zorgvuldig werkt. Hieronder lees je stap voor stap waar je op moet letten en hoe je dit veilig en volgens de regels aanpakt.

Voorbereiding en mogelijkheden voor de aanleg

Voordat je begint is het belangrijk om te bepalen waar de buitenkraan moet komen. De eenvoudigste optie is een plek aan de buitenmuur zo dicht mogelijk bij de bestaande waterleiding, vaak achter de keuken of bij de meterkast. Hoe korter de afstand tot de leiding, hoe minder hak en breekwerk je nodig hebt en hoe kleiner de kans op drukverlies.

Controleer aan de binnenzijde van de muur waar leidingen lopen en houd rekening met elektrische bekabeling. Bepaal ook of je vanuit de kruipruimte, via een bestaande leiding of vanuit een aftakking op de koudwaterleiding gaat werken. Het is verstandig om vooraf het leidingverloop in kaart te brengen en zo nodig een installatietekening te maken.

Benodigde materialen en gereedschappen

Voor de aanleg heb je in elk geval een buitenkraan met vorstbeveiliging, een keerklep, afsluiter, buizen en koppelingen nodig die passen bij je bestaande installatie. Afhankelijk van je situatie kies je voor koper, meerlagenbuis of kunststof leidingen. Zorg daarnaast voor een waterpomptang, pijpensnijder of zaag, boormachine met steenboor, pluggen, schroeven, teflontape of afdichtpasta en materiaal om de leiding te bevestigen en af te werken.

Aansluiten op de bestaande waterleiding

Schakel altijd eerst de hoofdwaterkraan uit en open een willekeurige kraan in huis om de druk van het systeem te halen. Vervolgens kun je de bestaande leiding op de gekozen plek openmaken. Zaag of snij een stuk uit de leiding waar de aftakking moet komen en plaats hier een passende T-koppeling om een nieuwe leiding naar buiten te kunnen leggen.

Direct na de aftakking monteer je een afsluiter zodat je de buitenkraan in de winter eenvoudig kunt afsluiten. Plaats ook een keerklep om terugstroming van vervuild water in de drinkwaterleiding te voorkomen. Dit is niet alleen veiliger, maar sluit ook beter aan bij de geldende drinkwaternormen.

Doorvoer naar buiten en montage van de kraan

Boor een gat door de buitenmuur op de gekozen plek voor de buitenkraan. Gebruik een steenboor met de juiste diameter voor de leiding en werk bij voorkeur licht schuin naar buiten zodat eventueel achterblijvend water kan wegstromen. Voer de leiding door de muur en bevestig deze degelijk met beugels zodat er geen spanning op de koppelingen komt te staan.

Aan de buitenzijde monteer je de buitenkraan op een muurplaat of speciale muurdoorvoer. Gebruik teflontape of afdichtpasta op de schroefdraad om lekkage te voorkomen. Bevestig de kraan stevig aan de muur en controleer of de uitloop goed naar beneden wijst voor een nette waterafvoer.

Isoleren, testen en onderhoud

Om bevriezing te voorkomen is het aan te raden de leiding in onverwarmde ruimtes en in de muur te isoleren met passend isolatiemateriaal. Bij een vorstvrije buitenkraan loopt het water automatisch terug naar binnen, maar ook dan blijft isolatie rondom de leiding verstandig. Zo verleng je de levensduur van de installatie en verklein je de kans op schade.

Draai daarna de hoofdwaterkraan weer open en controleer zorgvuldig alle koppelingen binnen en buiten op lekkages. Laat de buitenkraan enige tijd lopen en voel langs de verbindingen. In de koude periode sluit je de binnen afsluiter en laat je de buitenkraan leeglopen, zodat er geen water in de leiding achterblijft dat kan bevriezen of schade kan veroorzaken.