Je gaat verbouwen. De keuken eruit, een uitbouw erbij, misschien de zolder dichtgemaakt met PIR. En dan komt de aannemer met de vraag: "Wat gaan we doen met de ventilatie?" Veel mensen denken dan dat dit een keuze is. Vaak is het dat niet. Voor sommige verbouwingen ben je gewoon verplicht om ventilatie aan te leggen of aan te passen, of je dat nu wilt of niet.
Maar wanneer geldt die verplichting precies, en waar zit je grens? Hieronder zet ik het op een rij.
Wat zegt de wet eigenlijk?
Sinds januari 2024 valt ventilatie onder het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL), de opvolger van het Bouwbesluit 2012. Inhoudelijk zijn veel ventilatie-eisen meegenomen, maar de structuur is anders: het BBL is ingedeeld per bouwfase in plaats van per onderwerp, waardoor het soms zoeken is welke artikelen op jouw situatie van toepassing zijn. Elke verblijfsruimte in een woning moet voldoen aan een minimale capaciteit voor luchtverversing. De norm verschilt per situatie: voor bestaande bouw is de ondergrens 0,7 dm³/s per m² vloeroppervlakte met een minimum van 7 dm³/s, voor nieuwbouw 0,9 dm³/s per m². Bij verbouw geldt vaak een tussenvariant: het zogeheten rechtens verkregen niveau, met die bestaande bouw als ondergrens en de nieuwbouwnorm als bovengrens. Voor wie wil zien hoe je dat concreet doorrekent voor zijn woning is het artikel over hoeveel m³ ventilatie per persoon vereist is een handig vertrekpunt. Daar staat ook hoe je de minimale capaciteit per kamer berekent op basis van het gebruiksoppervlak.
Wanneer geldt de plicht echt voor jou?
Drie situaties waarbij je vrijwel altijd iets met ventilatie moet doen, ook als je dat liever niet had gedaan.
Je vraagt een omgevingsvergunning aan
Bij een aanbouw, dakopbouw of dakkapel waarvoor een vergunning nodig is, toetst de gemeente of de hele woning na de verbouwing nog aan de eisen voldoet. Voldoet de ventilatie van bestaande ruimtes niet meer omdat je het volume veranderd hebt? Dan moet dat mee in het plan. Dit kan consequenties hebben voor de vergunningverlening of voor de oplevering bij gevolgklasse 1 onder de Wet kwaliteitsborging.
Je creëert een nieuwe verblijfsruimte
Als je van een berging een werkkamer maakt, of van een zolder een slaapkamer, dan wordt die ruimte volgens de regels een verblijfsruimte. En dat betekent dat hij moet voldoen aan de eisen voor luchtverversing. Voor zo'n nieuw aangebrachte verblijfsruimte zit je tussen de bestaande bouw-ondergrens (0,7 dm³/s per m²) en de nieuwbouwbovengrens (0,9 dm³/s per m²), met altijd minimaal 7 dm³/s voor de hele ruimte. Een raampje open zetten telt niet als oplossing op papier.
Je isoleert de woning grondig
Hier zit een grijs gebied, maar wel een gevaarlijk. De wet schrijft het niet expliciet voor, maar in de praktijk lopen veel mensen tegen vochtproblemen aan na een grondige spouw- of dakisolatie. De woning sluit zo goed af dat de oude natuurlijke ventilatie niet meer werkt. Strikt genomen is dit dus geen wettelijke verplichting, maar bouwkundig is het bijna altijd nodig om je ventilatie mee te upgraden. Een schimmelvlek op de slaapkamermuur drie jaar later is een dure herinnering aan deze regel.
Je verbouwt meer dan 25 procent van de gebouwschil
Verander je meer dan 25 procent van de gevels, daken en vloeren samen, dan valt je project onder de definitie van ingrijpende renovatie. Vanaf dat moment gelden er strengere eisen voor zowel isolatie als ventilatie, en moet je per onderdeel toetsen of je naar het nieuwbouwniveau toe moet. Veel mensen weten niet dat deze grens bestaat, en lopen er bij de eindcontrole tegenaan. Bij twijfel: laat een bouwkundige vooraf bekijken of jouw plan boven of onder die 25 procent uitkomt.
Wat als je een natuurlijk ventilatiesysteem hebt?
Oudere woningen werken vaak met natuurlijke ventilatie: roosters in de gevel en een afvoerschacht op het dak. Dat is op zich legaal en mag blijven, mits het nog voldoet aan de capaciteitseisen. Vervang je echter de kozijnen door HR++-glas zonder ventilatieroosters in de nieuwe kozijnen, dan kan de luchttoevoer onder het minimum zakken. Bij het vervangen van kozijnen geldt voor ventilatie het rechtens verkregen niveau, dus de toevoercapaciteit mag na de verbouwing niet lager liggen dan ervoor. Veel kozijnenleveranciers vergeten dat te benoemen in hun offerte, en dan kom je er pas achter als de badkamer beslagen blijft of als een bouwkundige keuring een tekortkoming signaleert.
Welk systeem past bij welke verbouwing?
Globaal zijn er drie routes, met heel verschillende prijskaartjes:
Aanvullende roosters in de gevel. Goedkoopste oplossing, vanaf 50 euro per stuk, geschikt voor kleine ingrepen waar de bestaande afvoer nog werkt.
Mechanische afvoer met natuurlijke toevoer. Een centrale ventilatiebox in de meterkast of op zolder zuigt vervuilde lucht af uit keuken, badkamer en toilet. Standaardoplossing in Nederlandse woningen, tussen de 800 en 1800 euro inclusief installatie. Goede mechanische ventilatieboxen zijn vandaag de dag standaard CO2-gestuurd, wat scheelt in energieverbruik en geluid.
Balansventilatie met warmteterugwinning (WTW). De Rolls Royce. Verse lucht in elke ruimte, vervuilde lucht wordt afgevoerd en de warmte gerecycled. Tussen de 2500 en 5500 euro, alleen rendabel bij grondig geïsoleerde woningen of nieuwbouw.
Het verschil tussen mogen en moeten
Veel verbouwingen vallen onder vergunningvrij bouwen. Dat betekent dat de gemeente vooraf niets toetst. Maar let op: vergunningvrij betekent niet regelvrij. Het BBL geldt nog steeds. Komt er na de verbouwing een klacht van een buurman over geluid van een afzuigkap, of vraagt een nieuwe koper bij verkoop om een bouwkundige keuring, dan kan een gebrek aan adequate ventilatie alsnog kostbaar worden.
Mijn advies: behandel ventilatie niet als een sluitpost. Reken vooraf uit wat de woning nodig heeft, neem het mee in de aannemersofferte, en bewaar de berekening voor later. Het scheelt gedoe bij een eventuele verkoop en het verschil tussen wakker worden met een droge keel en wakker worden uitgerust.