Hoe voorkom je lekkage bij een regenton
Een regenton aansluiten op een regenpijp lijkt eenvoudig, maar als je niet goed oplet ontstaat er snel lekkage langs de gevel of bij de aansluiting. Met de juiste voorbereiding en montage kun je dat voorkomen en jarenlang veilig regenwater opvangen. Hieronder lees je stap voor stap waar je op moet letten, van de keuze van het vulpunt tot het afwerken van de aansluitingen.
De juiste plek kiezen voor de regenton
Zet de regenton altijd zo dicht mogelijk bij de regenpijp, op een vlak en stevig oppervlak. Gebruik bij voorkeur een verhoging, zodat je later makkelijk een gieter onder de kraan kunt plaatsen. Controleer met een waterpas of de ton stabiel staat. Als de ondergrond zakt of scheef is, komen er spanningen op de aansluitingen te staan en neemt de kans op lekkage toe.
Een geschikt vulautomaat of vulpijp kiezen
Om de regenton netjes op de regenpijp aan te sluiten, gebruik je een vulautomaat of vulpijp. Deze wordt in de regenpijp gemonteerd en voert een deel van het water naar de ton. Kies een type dat past bij de diameter van jouw regenpijp en controleer of er een overstortfunctie in zit. Een ingebouwde overstort zorgt ervoor dat het water automatisch via de regenpijp wegloopt zodra de ton vol is, waardoor je lekkende slangen of overlopende tonnen voorkomt.
Stap voor stap aansluiten zonder lekkage
Als de plaats van de ton en het soort vulautomaat duidelijk is, kun je beginnen met de montage. Neem hiervoor rustig de tijd, want een nette zaagsnede en goed passende koppelingen zijn belangrijk om het geheel waterdicht te krijgen.
Regenpijp op maat zagen
Meet de hoogte van de aansluiting aan de regenton en breng deze over op de regenpijp. Zaag de regenpijp recht af met een fijne zaag en verwijder bramen met een vijl of schuurpapier. Een gladde, rechte rand is essentieel zodat de rubbers van de vulautomaat goed kunnen afdichten. Controleer ook of de regenpijp stevig vastzit aan de muur, zodat er geen spanning op de nieuwe aansluiting komt.
Vulautomaat en slangaansluiting monteren
Plaats de vulautomaat volgens de handleiding in het gezaagde deel van de regenpijp. Let erop dat alle rubberen ringen schoon zijn en recht in de groef liggen voordat je de delen in elkaar schuift. Draai eventuele klemmen of schroefringen handvast, zonder te forceren. Sluit vervolgens de meegeleverde slang of koppeling tussen de vulautomaat en de regenton aan. Zorg dat de slang zonder knikken loopt en dat de koppelingen volledig zijn doorgeduwd.
Regenton waterdicht afwerken en testen
Monteer de kraan in de regenton op de aangegeven positie. Gebruik het meegeleverde rubber en draai de moer stevig aan, maar niet te hard om scheuren te voorkomen. Waar nodig kun je een dunne laag sanitairkit rondom de kraanopening aanbrengen voor extra zekerheid. Vul de ton daarna geleidelijk met water uit de tuinslang om alle verbindingen te testen. Controleer de overloop, de aansluiting op de regenpijp, de koppelslang en de kraan. Zie je ergens druppels, draai dan de koppeling iets strakker of vervang een beschadigd rubber. Pas als alles droog blijft, laat je de regenton volledig in gebruik.