Hoe behang je een muur zonder bobbels en naden

Hoe behang je een muur zonder bobbels en naden

Voorbereiding van de ondergrond

Een strak behangresultaat begint bij een vlakke en schone muur. Verwijder eerst oud behang, loszittende verflagen en stof. Vul gaten en scheuren met een geschikte muurvuller en laat dit volledig drogen. Schuur vervolgens de herstelde plekken licht op zodat er geen oneffenheden achterblijven die later als bobbels onder het behang zichtbaar worden. Hoe gladder de ondergrond, hoe strakker het eindresultaat.

Controle van zuiging en voorstrijken

Zuigende ondergronden, zoals nieuw stucwerk of gipsplaten, nemen het behangplaksel te snel op. Hierdoor kan het behang loslaten of ontstaan er naden. Test de zuiging door met een natte spons over de muur te gaan. Trekt het water direct in, dan is voorstrijken noodzakelijk. Gebruik een speciale voorstrijk of verdunde behanglijm en laat dit drogen volgens de aanwijzingen op de verpakking.

De juiste materialen en lijm

Gebruik behang van goede kwaliteit dat past bij de ruimte en de staat van de muur. Vliesbehang is vaak vergevingsgezind en ideaal als je bobbels en naden wilt voorkomen, omdat het rechtstreeks op een ingelijmde muur wordt aangebracht. Kies een lijm die geschikt is voor het type behang dat je gebruikt. Onjuiste lijm kan zorgen voor slechte hechting, blazen of naden die na verloop van tijd open gaan staan.

Gereedschap klaarleggen

Leg alles wat je nodig hebt vooraf klaar. Denk aan een behangtafel, een scherp afbreekmes, rolmaat, loodlijn of waterpas, behangspatel of aandrukroller, kwast en lijmroller. Door voorbereid te werken, voorkom je dat lijm intrekt of behang al deels opdroogt terwijl je nog moet zoeken naar gereedschap. Snel en nauwkeurig werken is belangrijk om bobbels en naden te vermijden.

Behangen zonder bobbels

Begin met het uitzetten van een strakke, verticale lijn met een loodlijn of waterpas. De eerste baan is bepalend voor de rest van de muur. Breng de lijm gelijkmatig aan volgens de instructies, zonder kale plekken of dikke klodders. Plaats het behang iets ruimer aan de bovenkant en laat het naar beneden vallen zonder te trekken. Strijk daarna van het midden naar de zijkanten en vervolgens van boven naar beneden om lucht en overtollige lijm weg te werken.

Voorkomen en verwijderen van blazen

Kleine blazen ontstaan vaak door opgesloten lucht of ongelijkmatig aangebrachte lijm. Werk rustig en gecontroleerd, en strijk elke baan direct goed aan. Zie je toch een luchtbel, probeer deze dan eerst naar de zijkant uit te drukken. Blijft er een hardnekkige blaas over na het drogen, prik deze dan met een fijn naaldje in en druk er met een schone spatel voorzichtig lijm onder, zodat de bel vlak kan worden aangedrukt.

Strakke naden tussen de banen

Om naden te voorkomen is het belangrijk de banen recht en nauwkeurig te plaatsen. Zorg dat de behangbanen exact aansluiten zonder overlap, tenzij de fabrikant anders aangeeft. Laat de rollen op temperatuur komen in de ruimte waar je werkt, zodat ze niet uitzetten of krimpen tijdens het behangen. Druk de naden licht aan met een nadenroller, maar voorkom te veel druk om beschadiging of doordrukken van lijm te vermijden.

Afsnijden en afwerken

Snijd het overtollige behang langs plinten, kozijnen en plafonds af met een zeer scherp mes. Gebruik hierbij een strakke spatel of liniaal als geleider. Een bot mes kan zorgen voor rafelige randen en zichtbare naden. Verwijder lijmresten direct met een licht vochtige, schone doek om glansplekken of verkleuring te voorkomen. Laat het behang rustig drogen en ventileer de ruimte zonder harde tocht, zodat het gelijkmatig kan drogen zonder nieuwe bobbels of naden te vormen.