Je wilt deze zomer een tuinhuis in de achtertuin zetten en vraagt je af of je daarvoor naar de gemeente moet. Het korte antwoord: een vrijstaand tuinhuis mag maximaal 3 meter hoog zijn om vergunningvrij te blijven. Maar die 3 meter is niet de enige voorwaarde. Hieronder lees je precies welke maten en regels er in 2026 gelden.
De 3-metergrens
Staat je tuinhuis los van het huis, dan is de maximale hoogte 3 meter, gemeten vanaf het aansluitende maaiveld. Alles wat erboven uitsteekt telt mee: een schoorsteentje, een dakrand, een windwijzer. Kom je op 3,10 meter uit, dan is het bouwwerk vergunningplichtig.
Bouw je het tuinhuis vast aan je woning, binnen 4 meter van het hoofdgebouw, dan gelden andere maten. Dan mag de hoogte tot maximaal 5 meter, maar niet hoger dan 30 centimeter boven de vloer van de eerste verdieping van je huis, en er gelden extra eisen aan de dakvorm.
Alleen in het achtererfgebied
Vergunningvrij bouwen mag uitsluitend in het achtererfgebied: het deel van je perceel dat minimaal 1 meter achter de voorgevelrooilijn ligt. Een tuinhuis in je voortuin is dus vrijwel altijd vergunningplichtig, hoe laag het ook is. Bij een hoekwoning is de zijtuin langs de openbare weg vaak ook geen achtererfgebied.
Hoeveel vierkante meter mag je bebouwen?
Naast de hoogte is er een oppervlaktegrens, en die hangt af van de grootte van je bebouwingsgebied:
Tot 100 m²
Je mag maximaal 50 procent bebouwen. Bij een bebouwingsgebied van 80 m² is dat dus 40 m².
Tussen 100 en 300 m²
50 m² plus 20 procent van het deel boven de 100 m². Bij 200 m² kom je uit op 50 + 20 = 70 m².
Meer dan 300 m²
90 m² plus 10 procent van het deel boven de 300 m², met een absoluut maximum van 150 m².
Let op: bestaande aanbouwen, een garage of een eerder geplaatst schuurtje tellen mee in dat totaal.
Waarvoor ga je het gebruiken?
Een tuinhuis als berging, hobbyruimte of tuinkamer is prima. Ga je erin slapen, of wil je er een mantelzorgwoning of verhuurkamer van maken, dan wordt het een zelfstandige woonfunctie en is er wel een vergunning nodig. Ook een tuinhuis met een aansluiting op water en riool voor bewoning valt buiten de vergunningvrije regels.
Check altijd je omgevingsplan
Sinds de Omgevingswet in werking trad, staan de landelijke regels in het Besluit bouwwerken leefomgeving, maar gemeenten mogen in hun omgevingsplan aanvullende eisen stellen. Woon je in een beschermd stads- of dorpsgezicht, is je woning een monument, of geldt er een specifieke regeling voor jouw wijk, dan kunnen de landelijke maten niet opgaan. Doe daarom altijd de vergunningcheck op het Omgevingsloket voordat je bestelt. Dat kost vijf minuten en voorkomt dat je een tuinhuis van duizenden euro's weer moet afbreken.
Los daarvan geldt het burenrecht: staat je tuinhuis binnen 2 meter van de erfgrens met een raam dat uitkijkt op het perceel van de buren, dan kunnen zij daar bezwaar tegen maken, ook als je bouwwerk vergunningvrij is.
Tot slot: houd 3 meter aan bij een vrijstaand tuinhuis, blijf binnen het achtererfgebied en binnen je oppervlaktegrens, en doe de vergunningcheck. Dan zet je hem deze zomer zonder gedoe neer.