Hoeveel dilatatieruimte laat je langs de muur bij een laminaatvloer van 6 meter breed?

Hoeveel dilatatieruimte laat je langs de muur bij een laminaatvloer van 6 meter breed?

Bij een laminaatvloer van 6 meter breed laat je langs elke muur 10 tot 15 millimeter dilatatieruimte vrij. Voor een ruimte van die breedte is 12 millimeter een veilige keuze, tenzij de fabrikant op de verpakking iets anders voorschrijft. Laminaat zet bij temperatuurwisselingen en vochtschommelingen uit en krimpt weer in, en zonder die ruimte gaat de vloer kromtrekken of komen de naden omhoog.

Waarom laminaat ruimte nodig heeft

Laminaat bestaat voor het grootste deel uit hoge dichtheid houtvezel (HDF). Dat materiaal werkt mee met het binnenklimaat. In de zomer neemt de vloer wat vocht op en wordt hij iets breder, in de winter met de verwarming aan droogt hij uit en krimpt hij. Op 6 meter breedte kan dat enkele millimeters schelen. Zit de vloer klem tegen de muur, dan kan hij nergens heen en ontstaan er bobbels of piept de vloer bij het lopen.

De rekensom voor 6 meter

Een veelgebruikte vuistregel is ongeveer 1,5 millimeter per strekkende meter vloerbreedte, met een minimum van 10 millimeter. Voor 6 meter komt dat uit op 9 millimeter, dus je rondt af naar het minimum van 10 en kiest liever 12 om marge te houden. Bij een ruimte van precies 6 meter breed mag de vloer dus maximaal 5,976 meter breed worden (6.000 min twee keer 12 millimeter). Meet daarom de ruimte altijd op en trek aan beide zijden de speling af voordat je de eerste rij uitzaagt.

Wanneer heb je een overgangsprofiel nodig?

Veel fabrikanten schrijven voor dat je boven ongeveer 8 tot 10 meter breedte of 12 tot 13 meter lengte een dilatatieprofiel plaatst. Op 6 meter hoef je dat doorgaans niet, maar bij een deuropening naar een andere kamer is een profiel wel handig. Heb je een open woonkamer met keuken die doorloopt over meer dan 10 meter, kies dan een profiel op een logische plek, zoals tussen twee ruimtes.

Waar laat je de ruimte vrij?

Rondom alle vaste punten: muren, kozijnen, pilaren, trapopeningen en leidingen. Kijk bij leidingen goed uit, want je boort een gat dat ongeveer 20 tot 24 millimeter groter is dan de buis. Gebruik afstandhouders van hout of kunststof, zodat de speling gelijk blijft terwijl je de vloer legt. Haal ze pas weg als de vloer er helemaal ligt.

Plinten en dilatatieruimte

De plint dekt de kier af, maar mag de vloer niet vastklemmen. Schroef of lijm de plint daarom aan de muur en niet aan de vloer. Kies een plint die minimaal 15 millimeter dik is en breed genoeg om de kier te bedekken. Blijft er toch een kier zichtbaar, dan kun je een kier tussen plint en vloer netjes wegwerken met de juiste afwerking. Wil je eerst weten hoeveel pakken je moet kopen, kijk dan naar de berekening voor een kamer van 4 bij 5,5 meter.

Veelgemaakte fouten

De bekendste fout is de vloer te strak tegen de muur leggen, omdat de kier lelijk lijkt. Daarna volgt het gebruik van te dikke spijkers of schroeven door het laminaat heen, waardoor de vloer niet meer kan werken. Wie vloerverwarming heeft, neemt ook vaak te weinig speling. Door de warmte krimpt en zet de vloer sterker uit, dus ga dan aan de ruime kant zitten.

Zo pak je het aan

Laat de pakken minstens 48 uur in de kamer acclimatiseren voordat je begint, meet de ruimte op en plaats afstandhouders van 12 millimeter. Leg de eerste rij met de groefzijde naar de muur, werk rij voor rij en haal de afstandhouders pas weg als de laatste plank ligt. Zo krijg je een vloer die jaren mooi en vlak blijft liggen.